Meestal worden deze woorden gebruikt in combinatie met namen van landen, streken of wijken waar je beter niet naar toe kan gaan. Vaak heeft dat te maken met oorlog, geweld, een ramp of is er iets anders onprettigs.
En zolang je geen journalist, fotograaf of hulpverlener bent heb je daar dan ook doorgaans niets te zoeken.

Maar wanneer ik een tip krijg over een restaurant in een veilig gebied bijvoorbeeld, dan wil ik zelfs nog wel eens in de rij staan.
Enkele weken geleden waren wij op vakantie op Fuerteventura. Ofschoon ik bijna zeker wist dat ook daar net zoveel teringherrie te horen is als op zo’n Canarisch eiland waar we vorig jaar vertoefden besloten we toch te gaan. Maar uitsluitend omdat de zon daar op dat moment zo lekker warm is ten opzichte van het grauwe Nederland, en omdat je er heerlijk kunt wandelen. Wanneer je het goed uitkient kan je er prima leven. Ik snap die oudjes wel die daar maanden lang zitten en liggen te genieten van die gratis vitaminen D. Ook al zien die betonblokken er afschuwelijk uit, er is binnen niks verkeerds aan zo’n appartement met een natje en droogje 5 hoog achter met uitzicht op een andere betonnen doos. Natuurlijk gaan die pensionado’s niet dagelijks uit eten. Dat kost geld! En dat steken ze liever in iets anders. De meeste appartementen hebben dan ook een normale keuken. Ons twee eenkamerappartement niet. Een kopje thee koken ging nog net maar daar bleef het ook bij. Dus… op naar het restaurant! Dat valt voor mij niet mee. Mijn vriendin heeft minder noten op haar zang. Ik wil nog wel een verbaasd opkijken van die afschuwelijke Griekse houten stoeltjes in een willekeurig restaurant op zo’n zonnig eiland als Kreto. Daar ga ik thuis toch ook niet op zitten dus waarom daar dan wel?


Overdag in het Spaanse(!) toeristenoord Corralejo kan je op een terras nog wel lekker 
wegzakken. ’s Avonds wordt dat lastiger. Het wordt killer. Naar binnen dus. En zo kwamen we terecht in restaurant met de naam Gordon Ransey. Ik maak geen typefout, nee, het heet Ransey. Geen Ramsey! Wel een goedkope truc dus. De reden waarom we naar binnen gingen kwam ook door de muziek, jazz, iets met Gerry Muligan en Chet Baker. Beter kan je het niet treffen als je toch moet eten. En het volume was perfect. De ober kwam spoedig, logisch want we waren de eersten. Eigenlijk hadden toen al bij mij de alarmbellen moeten gaan rinkelen, maar nee dus! Nadat we besteld hadden kwam het gerecht en de narigheid: eerst verdwenen mijn jazz-helden en daarvoor in de plaats kwam, hoe is het in godsnaam mogelijk, Maaikel Boebley kerst-shit-cd. Die had ik al dagen lang in bijna elke winkel gehoord. Vervolgens kwam de veel te zwaar gepaneerde bijna zwarte cordon bleu die zo’n harde korst had dat zelfs mijn vork er niet door heen kwam! Ik keek om me heen zoals  eigenlijk alleen Oliver Hardy dat kan: totaal verbijsterd! Hoe was dit mogelijk? Binnen een kwartier van de hemel in de hel. Ik heb getracht de ober op het eten en de muziek aan te spreken maar kreeg meteen een déjà vu van Fawlty Towers Spaanse ober Manuel die daar helemaal niets van begreep.”¿Qué?”
Dus… we vertrokken. Wat een zeldzaam onmogelijk eiland voor mij!
Er schijnen daar wel veel mooie vogels te overwinteren. Ik koop wel een dvd daarvan.