Zo nu en dan wandel ik tijdens de vakantie nog wel eens een kerk binnen. Ik vind die oude, voornamelijk katholieke gebouwen, dan ook fraai van vorm en inrichting en hou van die serene sfeer. Nooit tijdens een kerkdienst, want ik heb geen zin om te luisteren naar een verklede man die mij vertelt hoe ik mijn leven moet inrichten. Maar na afloop, wanneer de geur van wierook en gedoofde kaarsen nog aanwezig is kan ik daar met enige weemoed terugdenken naar die onbezorgde tijd toen ik jong en misdienaar was. Totdat ik ging puberen, toen sloot deze zware deur voor mij. Jaren later kwam ik in aanraking met  Bach. Zijn Toccata in Fuga vond ik geweldig. Wat een indrukwekkende klankenreeks en muzikaal geweld komt er dan uit zo’n orgel. Nu vele jaren later verbaas ik me over datzelfde stuk. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat iemand zo’n stuk uitvoert in een kerk waar je eigenlijk naar toe gaat om tot innerlijke rust en inzicht te komen? Van zo’n hels kabaal raak ik totaal geïrriteerd en wil ik zo snel mogelijk die helse tempel uit. Wie zet zo’n muzikaal stuk op de speellijst en wat voor mens zit er dan achter zo’n klavier? Is dat een totaal mislukte leerkracht die zijn frustratie ten gehore brengt of is het een geflipte bejaarde die even zijn gedachten op wat anders kan richten namelijk het etaleren van zijn opgekropte irritatie van zijn voorbije leven? Ik weet het niet en ik snap ook niet dat iedereen die herrie maar accepteert.

Arvo Pärt, een Lets componist, is mijns inziens de enige die helemaal door heeft waarvoor zo’n instrument gebruikt moet worden. Toen ik dit hemelse stuk ‘Pari Intervallovoor orgel zo’n 30 jaar geleden aan een vage kennis liet horen zei hij dat zijn dochtertje het ook gemaakt en gespeeld zou kunnen hebben. Maar zeiden velen dat toen ook niet bij het aanschouwen van de schilderijen die Karel Appel maakte? Graag zou ik zo’n werk thuis aan de muur willen hebben!